producten

Producten>

 
Prijzen in onze webshop zijn inclusief BTW.

Nederlandse naam: Mexicaanse oranjeknie vogelspin

Wetenschappelijke naam: Brachypelma auratum

Grootte: Tot 8 cm

Terrarium: 30x30x30 cm of groter

Herkomst: Mexico

Biotoop: Droge savanne

Lampen: Geen UV noodzakelijk

Temperatuur: 25 tot 28 graden

Voeding: Insecten

Voortplanting: Eierleggend

Leeftijd: Tot 20 jaar

Wetgeving:

 

Alle soorten Brachypelma vogelspinnen zijn opgenomen in de CITES appendix II

De dieren mogen niet, of in beperkte mate geëxporteerd worden uit hun natuurlijke leefgebied.
Om de dieren in gevangenschap te mogen houden moet men in het bezit zijn van een verklaring van herkomst. Als u een oranjeknievogelspin aanschaft moet u het bonnetje van de kweker of de winkel waar het dier gekocht is bewaren als bewijs van legale aankoop.


Herkomst:


Mexico, voornamelijk in de staten Guerrero en Michoacán. Deze spin word voornamelijk gevonden in open, droge savanne-achtige gebieden in het hoogland van deze staten.


Omschrijving:


Deze tot 8 cm grote spin heeft een zwartbruine basiskleur op het kopborststuk (cephalothorax) en het achterlijf (abdomen).
Op de randen van het kopborststuk zijn de haren lichter van kleur. Sommige individuen hebben van de ogen tot het midden van het kopborststuk een donkere driehoek.
Op de knie (patella) bevind zich een smalle oranjerode vlam. De knie en scheen (tibia) dragen een lichte ring.
Op het abdomen en de poten bevinden zich langere bruine haren.

De oranjeknie vogelspin lijkt sterk op de Mexicaanse roodknievogelspin. De oranjeknievogelspin is over het algemeen iets langer en slanker van bouw.

Deze nacht actieve spin bewoont de droge, open bossen aan de pacifische kant van Mexico. De dieren graven zelf een leef hol, voornamelijk onder grote platte rotsen en boomwortels, of ze gebruiken een verlaten knaagdierenhol als woning.

Volwassen dieren blijven vrijwel altijd in de buurt van hun hol waar zij zich in terugtrekken als ze zich bedreigd voelen.

Vrouwelijke spinnen zijn na ongeveer 3 jaar volwassen en geslachtsrijp en kunnen wel tot 20 jaar oud worden.
Mannetjes zijn soms al na anderhalf jaar geslachtsrijp en worden maximaal 2 tot 5 jaar oud.

Huisvesting:

De bakgrootte dient minimaal 30 x 30 x 30 cm te zijn voor een volwassen oranjeknievogelspin. (Bijna alle vogelspinnen zijn solitair, huisvest ze dus alleen)

 

De bodem kan bestaan uit een mengsel van potgrond of turfmolm en een klein beetje zand of leem. De bodemlaag moet minstens 5 tot 8 cm hoog zijn, zodat de spin er een leef hol in uit kan graven.

 

Verschillende materialen kunnen gebruikt worden om als schuilplaats te dienen. Stukken boomschors, stronken hout, of bijvoorbeeld halve bloempotten worden door de spin gebruikt om hieronder een woon hol uit te graven.
Zet inrichtingsmaterialen goed vast om te voorkomen dat deze omvallen als de spin er onder graaft.
Levende planten kunnen aan de inrichting worden toegevoegd, maar over het algemeen houden planten het in een spinnenterrarium niet erg lang vol omdat de spinnen de planten uitgraven of bedekken met web.
Gebruik in geen geval cactussen of andere planten met scherpe stekels, hieraan kan de spin zich verwonden.
Kunstplanten, in alle vormen en soorten zijn wel heel goed geschikt als inrichtingsmateriaal om het terrarium wat op te fleuren.

 

Verwarm het terrarium overdag tot 25 à 28°C, 's nachts mag het afkoelen naar kamertemperatuur. Oranjeknie vogelspinnen komen uit een gebied wat veel warmer kan worden, maar in een afgesloten terrarium kan men beter uitgaan van een veilige temperatuur range.
De verwarming van een vogelspinnenterrarium kan het beste gebeuren met een warmtematje wat tegen de achterkant of de zijkant van het terrarium bevestigd word.
Plaats het matje in geen geval onder het terrarium.
Een warmtemat onder het terrarium zorgt er voor dat het bodemmateriaal snel uitdroogt.

Daarnaast zal de spin instinctief dieper in het woon hol kruipen als de temperatuur in het terrarium te hoog word. Op deze manier komt het dier nog dichter bij de verwarming in de buurt, met oververhitting tot gevolg.
Warmtematjes kunnen het beste gebruikt worden in combinatie met een thermostaat om oververhitting te voorkomen.

Zorg altijd voor een waterbak. Spinnen drinken niet veel, en de waterbak hoeft niet groot te zijn. Maar water moet wel altijd beschikbaar zijn.

Sproei met regelmaat het terrarium om de vochtigheid van de bodem op peil te houden. Het bodemmateriaal mag best wat droog zijn aan de oppervlakte, zo lang het op de bodem en in het woon hol maar licht vochtig blijft.

 

Jonge spinnen kunnen het beste gehouden worden in opkweekbakjes die ongeveer 3 a 4 keer zo groot zijn als de lichaamslengte van de spin.
Het bodemmateriaal moet ongeveer net zo dik zijn als de lichaamslengte van de jonge spin.
Sproei de opkweekbakjes regelmatig zodat de dieren kunnen drinken van de waterdruppels op de gladde oppervlakten.


Voeding:

 

Sprinkhanen, krekels en andere insecten kunnen als voer worden aangeboden.
Pas het formaat van de voedseldieren aan op het formaat van de spin. Voer spinnen geen prooidieren die groter zijn dan het kopborststuk van de spin zelf.

Voer een spin ongeveer één tot drie prooien per week.
Voedseldieren die niet opgegeten worden kunnen het beste na een dag weer verwijderd worden uit het verblijf.
Als de spin klaar is met eten blijft er een uitgekauwd propje over van de onverteerbare delen van het insect. Deze restanten worden door de spin meestal in een hoekje van het terrarium gedeponeerd en kunnen met een pincet verwijderd worden.

Spinnen die op het punt staan te vervellen, zijn doffer en donkerder van kleur en moeten niet worden gevoerd.
Overgebleven voedseldieren kunnen de spin aanvreten als deze nog zacht is na de vervelling.

Een vers vervelde spin kan het beste pas na een week weer gevoerd worden.
Op deze manier kan men er zeker van zijn dat het exoskelet volledig uitgehard is, en de spin zijn prooi goed kan grijpen.

Het voeren van gewervelde dieren, zoals nestmuizen, is af te raden. Vergeleken met insecten is het vlees van gewervelde dieren erg voedingsrijk en vet, wat gezondheidsproblemen met zich mee kan brengen. De overgebleven resten van dergelijke voeding vervuilen het terrarium ook erg snel.

 

Voortplanting:

 

Volwassen mannelijke spinnen hebben als enige levensdoel het bevruchten van een vrouwtje.
Enkele weken na de laatste vervelling gaan ze actief op zoek naar een partner

Volwassen mannetjes zijn van vrouwelijke dieren te onderscheiden aan onder andere het verschil in grootte, de bulbussen op de kaaktasters en tibiaalhaken op hun eerste pootpaar.
Volwassen vrouwelijke vogelspinnen zijn over het algemeen een stuk groter dan volwassen mannetjes.
De bulbussen zijn ballon-achtige orgaantjes waar het mannetje zijn sperma in opslaat voor de paring.
De tibiaalhaken worden gebruikt om bij de paring de kaken van het vrouwtje op veilige afstand te houden.

De paring bij vogelspinnen is meestal voor het mannetje een risicovolle aangelegenheid. De kans is namelijk zeer groot dat de vrouw het mannetje na de paring (of soms zelfs daarvoor) overmeestert en opeet.

Tijdens de paring zelf houd het mannetje de vrouw op afstand met zijn voorste poten en tibiaalhaken, terwijl hij met zijn kaaktasters onder het lichaam van de vrouw zijn bulbussen leegt in haar geslachtsopening.
Direct na de paring maakt de man meestal dat hij wegkomt, om te voorkomen dat de aanstaande moeder een maaltje van hem maakt.
Sommige mannetjes kunnen met geluk meerdere keren paren. Desondanks leven volwassen mannetjes maar kort, tijdens hun zoektocht naar een partner eten ze niet of nauwelijks, en omdat ze constant in beweging zijn sterven ze van verhongering, of worden opgegeten door roofdieren die wel een vogelspin lusten.

Enkele weken na de paring trekt het vrouwtje zich diep in haar woonhol terug en legt ze haar eitjes (tot enkele honderden stuks!) op een gesponnen matje van zijde, wat ze opvouwt tot een cocon waar de eitjes in bewaakt worden tot deze na een aantal weken uitkomen.

 

Hanteren:

 

Het vastpakken van een vogelspin is over het algemeen af te raden.
De dieren zijn erg fragiel en kunnen bij een val verwond raken of sterven.
Vogelspinnen zijn erg gevoelig voor luchtstromen en trillingen, en kunnen onverwacht reageren op verstoringen die wij niet kunnen waarnemen.


Alle vogelspinnen zijn giftig en een angstig dier kan zomaar bijten uit zelfverdediging.

De oranjeknievogelspin heeft daarnaast op het achterlijf irriterende haartjes die het dier bij verstoring los kan laten.
Als deze haartjes op de huid komen veroorzaken ze rode plekjes, bultjes en jeuk.
Bij inademing kunnen deze brandhaartjes naast jeuk ook zwelling veroorzaken, met benauwdheid tot gevolg.

Het verplaatsen van een vogelspin kan het beste gebeuren door een bakje over het dier heen te zetten en het deksel er vervolgens onder te schuiven.

 

Desondanks is de oranjeknievogelspin over het algemeen bekend als een ietwat nerveuze soort en moet dus met enige voorzichtigheid gehanteerd worden.

 

Gezondheid:

 

Uiteraard kan uw vogelspin ook ziek worden, net als ieder ander dier.


De meeste gezondheidsproblemen bij vogelspinnen in gevangenschap worden veroorzaakt door verkeerde huisvesting.

Aanwijzingen voor problemen kunnen zijn:

Slechte eetlust en weinig bewegen (bij een normaliter actief dier), een ingevallen achterlijf of rare plekjes op het dier.


Spinnen die niet meer willen eten kunnen te droog of te koud gehouden worden.

Niet etende dieren worden mager, het achterlijf word kleiner en gerimpeld en de dieren kunnen sterven door verhongering

 

Slecht vervellen kan worden veroorzaakt door vochtgebrek of een te droog terrarium.

Als een spin niet uit zijn vervelling kan kruipen, en hierin vast blijft zitten is het dier meestal ten dode opgeschreven.

Onvoldoende ventilatie, teveel vocht en niet verwijderde voedselproppen in het terrarium kunnen schimmelgroei veroorzaken op het bodemmateriaal en soms ook op de spin.

Schimmel manifesteert zich als witte of grijze plekken op het dier. Aangetaste spinnen worden inactief en kunnen hieraan sterven.

Zet aangetaste dieren in een nieuw ingericht, schoon terrarium met voldoende ventilatie.
Aangetaste dieren kunnen behandeld worden met antischimmel middelen, maar deze hebben lang niet altijd even veel succes.


Vogelspinnen kunnen ook last krijgen van uitwendige en inwendige parasieten, zoals mijten en nematoden (wormen)

Mijten kunnen verwijderd worden met een penseel of wattenstaafje gedoopt in alcohol.
Nematoden kunnen bestreden worden met anti parasitaire middelen.
Veel medicijnen die verkrijgbaar zijn, zijn ook schadelijk voor de spin zelf, lang niet alle middelen kunnen even veilig gebruikt worden.

Het goed schoonhouden van het terrarium voorkomt al veel problemen.


Voor de bestrijding van parasieten kunt u het beste contact opnemen met een dierenarts die ervaring heeft met het behandelen van exoten.

 

Copyright Peter Schilperoord, Casavipera 2018 ©