producten

Producten>

 
Prijzen in onze webshop zijn inclusief BTW.

Download hier de pdf.

 
   
Latijnse naam: Lampropeltis getulus californiae
   
Nederlandse naam: Koningsslang / Kettingslang
Duitse naam

Kettennatter

Engelse naam
Common kingsnake
   
Plaats in het dierenrijk:  
Klasse:                              
Reptilia
Onderklasse: Lepidosauria
Orde:
Squamata (hagedissen / slan­gen)
Suborde: Serpentes (slangen)
Infraorde: Caenophidia
Familie
Colubridae (ringslangachtigen)
Onderfamilie: Colubrinae
   
   
Lengte:
Tot ca. 150 cm.
   
Herkomst:  
Noord-Amerika.
   
Terrariumtype:
Deze dieren vragen een rotsterrarium. Naast veel grond­opper­vlak (zand) moeten ze ook klimgelegen­heid hebben in de vorm van stenen en stronken. Daarbij moet er goed op wor­den gelet dat deze goed vast liggen en niet kun­nen kantelen of vallen! De klimmogelijkheden moeten ook een zonplaats kunnen bieden. In het algemeen moet het terrarium droog worden gehouden.
Minimale grootte terrarium: 100 x 60 x 80 cm.
   
Temperatuur: Dagtemperatuur: 25 - 35 °C.
Nachttemperatuur: 15 - 20 °C.
   
Voedsel:  
Dit dier eet levende warmbloedige dieren: muizen, ratten, hamsters, cavia's, gerbils of kleine (loop-)vogels kunnen worden aangeboden. Daarnaast allerlei amfibieën en reptielen. Calcium of vitamines hoeven bij deze prooi­dieren niet te worden bijge­voerd, behal­ve als bepaalde ziekten worden geconstateerd. Houd 1½ keer de bekbreedte van de slang aan bij het opvoeren van prooidieren. 
   
Water:
De dieren vragen een grote waterbak, ook om daarin te kunnen baden. Dagelijks moet het water worden ververst. Gebruik altijd lauw water. Eén keer per week kan aan het water een vitaminepreparaat worden toegevoegd.
   
Voortplanting:                
De dieren zijn eierleggend. Het aantal eieren per legsel be­draagt 6 tot 25 stuks.
   
Overige opmerkingen: Vooral in de schemering en 's nachts ac­tief.
Staat bekend als verdel­ger van gifslangen.
Elk dier is een individu, het kan zijn dat een exemplaar afwijkt van de soortstandaard.



Wetgeving

 

Geen.

U heeft geen vergunning nodig om deze slang te houden of te verkopen. Het is wel verstandig

om, als u nakweek heeft, een administratie bij te houden van personen waar u dieren aan

verkocht heeft als u eigen nakweek krijgt.

Bewaar wel het bonnetje van de winkel of kweker waar u het dier gekocht heeft, al was het

alleen maar om de leeftijd van de dieren en het geslacht te onthouden.

 

Uiterlijk

 

Een sierlijke, slank gebouwde wurgslang die maximaal 90 tot 150 centimeter wordt.

De grondkleur is overwegend zwart of diep chocoladebruin. De dieren kunnen een patroon

hebben in wit of geel, dit patroon kan bestaan uit lengtestrepen of dwarsbanden over het

lichaam, een combinatie van beiden is ook mogelijk.

De buik is over het algemeen geblokt in dezelfde kleuren als de slang

De schubben zijn ongekield.

Slangen blijven hun hele leven doorgroeien, jonge slangen groeien harder dan volwassen

dieren. Jonge slangen vervellen ongeveer een keer per 2 maanden, volwassen slangen soms

maar 1 of 2 keer per jaar.

De Californische koningsslang is waarschijnlijk een van de meest gehouden slangen in

gevangenschap en verdient met recht het predikaat ”beginnerslang”, dit betekend overigens

niet dat dit dier alleen door beginnende hobbyisten gehouden wordt, veel ervaren

slangenhouders hebben dit dier ook in hun collectie.

Een Koningsslang met vrij weinig donker pigment.

 

Verspreidingsgebied

 

De Californische koningsslang komt voor in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

Voornamelijk in de staten Californie, Oregon, Nevada, Arizona en Utah tot aan Baja

California (Mexico)

De Koningsslang komt voor in een heel divers gebied, van woestijnen tot dennenbossen,

rivierbeddingen, wegbermen enzovoort. Vaak is de slang ook te vinden in de buurt van

menselijke bewoning, daar jaagt hij op knaagdieren die op het afval afkomen.

De Californische koningsslang is een bodembewoner, de slang kan echter ook goed klimmen,

mocht dat nodig zijn. De slangen zijn soms in de nabijheid van water te vinden, ze kunnen

goed zwemmen, maar doen dat over het algemeen niet vrijwillig.

 

Huisvesting

 

Voor een paartje volwassen Koningsslangen is een terrarium van ongeveer 100 X 50 X 50

CM voldoende, groter mag natuurlijk ook. Zorg ervoor dat het terrarium ontsnappingsvrij is,

Koningsslangen zijn ware ontsnappingskunstenaars. Een terrarium met schuifruiten en een

vitrineslotje is aan te raden.

Geef de slangen in de zomermaanden 11 tot 12 uur licht per dag, UV verlichting is niet nodig,

maar geeft wel een mooi beeld in het terrarium.

De temperatuur moet rond de 25 graden Celsius liggen, met een warmteplek onder de lamp

die ongeveer 30 graden word. Probeer er voor te zorgen dat een gedeelte van het terrarium

wat warmer is, zodat de dieren zelf hun optimale temperatuur kunnen kiezen.

(In de winter moet de verlichting en de temperatuur geminderd worden, daarover later meer).

De luchtvochtigheid hoeft niet al te hoog te zijn, ongeveer 65 % dit kan bereikt worden door

om de dag licht te sproeien. Als de dieren gaan vervellen mag er iets vaker gesproeid worden.

Kannibalisme is geen onbekend verschijnsel bij Koningsslangen. De dieren kunnen bij elkaar

gehouden worden, maar beter is het om ieder dier individueel te huisvesten om ongelukken te

voorkomen.

 

Inrichting

 

Het bodemmateriaal in het terrarium kan bestaan uit beukensnippers, bark, turf, cocospeat,

een mengsel van tuinaarde en zand en andere natuurlijke materialen. Wij adviseren

beukensnippers of bark, eventueel kan zand gebruikt worden.

In het terrarium moeten er ook enkele grote stenen liggen, in ieder geval een onder de lamp,

waar de dieren zich op kunnen warmen. De stenen worden door de dieren ook gebruikt als

beginpunt om de vervelling te bespoedigen.

Een grote klimtak mag ook niet ontbreken in het terrarium. Hoewel deze dieren voornamelijk

op de grond leven kunnen ze uitstekend klimmen en zullen dat ook doen als ze die kans

gegeven wordt.

Let erop dat alles goed stevig vastzit, de slangen willen nog wel eens losse takken of stenen

verplaatsen, deze kunnen de bak beschadigen.

Ook een waterbak moet aanwezig zijn. Deze bak moet zo groot zijn dat 1 slang er opgerold in

kan liggen. Het water moet om de dag ververst worden, Californische koningsslangen drinken

regelmatig.

Een schuilplaats mag niet ontbreken, deze kan bestaan uit een grotje wat in de

terrariumhandel te koop is, of een stapel vastgezette stenen waar het dier onder kan liggen.

Een slang die de beschikking heeft over een schuilplaats voelt zich een stuk beter op zijn

gemak

De bak kan verder nog aantrekkelijker gemaakt worden met enige planten. Kies hiervoor

kunstplanten, deze zijn makkelijker te bevestigen, en de dieren zullen tijdens hun ronde door

het terrarium levende planten gauw ontwortelen.

 

Hanteren

 

Koningsslangen bijten zelden en kunnen met de blote hand gepakt worden. Let er wel op dat

de slang na het voeren 2 a 3 dagen met rust gelaten wordt, zeker jong slangen willen hun

voedsel anders nog wel eens uitbraken.

Als een Koningsslang bijt houd de slang meestal even beet, als een soort van “mini-pittbul”,

de beet is niet pijnlijk en het beste is om rustig te wachten tot de slang vanzelf loslaat, dit

gebeurt meestal na een minuutje. Een beet resulteert dit meestal in een wond vergelijkbaar

met een schaafwond, deze hoeft vaak alleen maar ontsmet te worden.

Koningsslangen hebben de nare gewoonte om, in stresssituaties,

(zoals het in bedwang houden om medicatie te geven bijvoorbeeld),

hun “muskusklier”te legen, deze scheidt een stinkende vloeistof af, snel handen wassen en

kleding schoonmaken is dan aangeraden.

Laat de dieren nooit zonder toezicht los over de vloer kruipen.

Slangen kunnen zich door de nauwste gaatjes wringen en voor u het weet zijn ze verdwenen

onder de vloer met alle gevolgen van dien.

Een ontsnapping van een slang, hoe ongevaarlijk ook is nooit goed te praten en meer dan eens

haalt een ontsnapte slang het nieuws na weer gevonden te zijn.

Daarbij is het voor een slang ook ongezond om over de vloer van een kamer te kruipen.

Het temperatuursverschil is erg groot, van 25 tot 30 graden in het terrarium, naar een

gemiddelde van 20 gaden of lager in de kamer. Dit kan resulteren in verkoudheid en

longontsteking.

Ook tocht het over de vloer altijd een beetje wat dezelfde gezondheidsproblemen op kan

leveren.

Koningsslangen kunnen goed bijten!

 

Voedsel

 

Alle slangen zijn carnivoor. Het voedsel van Koningsslangen bestaat uit

Slangen (ook gifslangen!) Hagedissen Amfibieën, Knaagdieren en kleine Vogels.

De prooi wordt gegrepen met de bek en gedood door verwurging.

In gevangenschap kunnen Californische koningsslangen hun gehele leven op een dieet van

muizen leven.

Let erop dat de dieren apart gevoerd worden!

De slangen willen zich nog wel eens vergissen en hun maatje opeten!

Houd de slangen tijdens het voeren apart. Als er geen voedsel in het spel is laten de dieren

elkaar gewoon met rust, ze zijn niet kannibalistisch ingesteld.

Jonge dieren (tot 1 jaar oud) kunnen het beste om de 5 dagen een prooidier aangeboden

krijgen. Volwassen dieren om de 7 a 10 dagen.

Als een slang niet direct wil eten probeer het dan na een aantal dagen nog eens, slangen

kunnen een behoorlijke tijd zonder voedsel. Let wel op dat als de slang TE lang niet eet

(ongeveer 3 tot 4 weken), daar wel degelijk gezondheidsproblemen uit voort kunnen komen

Het aangeboden prooidier mag in de regel niet groter zijn dan de diameter van het

slangenlichaam op het dikste punt.

(Voor hele jonge slangen gaat dit niet op, zij mogen iets grotere prooien hebben.)

Te klein is overigens ook niet erg, Koningsslangen hebben een vrij kleine kop in verhouding

tot hun lichaam.

Slangen hoeven niet bijgevoerd te worden met vitamines en calcium, in goede voedseldieren

zit alles wat een slang nodig heeft.

De prooi kan het beste 2 uur voordat de lichten uitgaan gegeven worden, de slang heeft daarna

even rust en kan de volgende dag beginnen met het verteren van de prooi.

 

Winterslaap

 

Het leefgebied van de Californische koningsslang is onderhevig aan seizoenswisselingen, de

dieren maken ieder jaar een winter mee. Deze winters zijn milder dan de winters hier.

Voor de gezondheid van de slang is het van belang dat het dier in winterslaap gaat. Vaak

willen de slangen tijdens de wintermaanden slecht eten en als de temperatuur hoog blijft

verlopen de lichaamsprocessen gewoon door, de slang zal vermageren omdat het dier meer

energie verbruikt dan dat het via de voeding binnenkrijgt.

(Overigens is het correcter te spreken over “winterrust” daar de dieren niet echt slapen,

maar meer in een semi-verstarde toestand zijn, de lichaamsprocessen verlopen traag, maar

het dier is wel bij kennis)

De Californische koningsslang kan in de wintermaanden gehouden worden op een

temperatuur van ongeveer 12 tot 15 graden Celsius Bij deze temperatuur word het voedsel

van de slang niet meer verteerd, zorg ervoor dat er geen voedsel of ontlasting meer aanwezig

is in het spijsverteringsstelsel van de slang.

Dit kan gedaan worden door een maand voor het afkoelen van de slang geen voedsel meer aan

te bieden, het dier zal nog een aantal malen ontlasting hebben en is daarna “leeg”. Als u het

idee heeft dat er nog ontlasting in het dier zit kunt u het een uurtje baden in handwarm (25

graden Celsius) water, let erop dat het water niet afkoelt anders kan het temperatuursverschil

resulteren in luchtweg aandoeningen. Zorg ervoor dat het niet te diep is, ongeveer 4 tot 5

centimeter is genoeg de slang hoeft geen uur te zwemmen!

Als de slang helemaal leeg is kan de brandduur van de verlichting verkort worden, Gedurende

4 weken laat u het licht steeds korter branden, tot na een maand de verlichting volledig

uitgeschakeld is. Het beste tijdstip om hiermee te beginnen is November zodat in December

de eigenlijke winterslaap kan beginnen.

De slang kan dan bij een graad of 15 weggezet worden, het liefst op een donkere plek zoals

een kelder of zolder. Zorg ervoor dat u van tevoren weet hoe warm of koud het op die plek

word, controleer dagelijks de temperatuur.

Zorg ervoor dat er een schuilplaats en vers water voor het dier aanwezig zijn.

Na 2 maanden (eind Februari) kan het licht weer aan en kan de brandduur van de lampen weer

verlengd worden op dezelfde wijze zoals in November.

Als de lampen weer volledig branden kan de slang weer gevoerd worden.

Dieren jonger dan 2 jaar en dieren die niet helemaal op conditie zijn kunnen het beste

gewoon op normale temperaturen gehouden worden gedurende de wintermaanden, deze

kunnen gewoon doorgevoerd worden.

In het wild gaan deze dieren wel in winterrust, maar een groot percentage jongen en

verzwakte dieren overleefd dat niet.

 

Voortplanting

 

De winterslaap is ook van belang om de voortplanting van de slangen te stimuleren (uiteraard

gaat dit alleen op als u een paartje heeft) Tijdens de winterperiode word bij het mannetje

sperma aangemaakt en beginnen bij het vrouwtje de eieren te rijpen.

Als u wilt kweken is het verstandig om na de winterslaap de dieren apart te huisvesten. Het

vrouwtje mag dan goed gevoerd worden, dit heeft ze nodig voor de aanmaak van de eieren,

het mannetje zal waarschijnlijk weinig tot niets eten tot de paartijd over is.

Na een week of 3 kunnen de dieren bij elkaar gezet worden en in de lentemaanden zullen de

dieren een aantal malen paren.

Ongeveer 40 tot 60 dagen da de paring legt het vrouwtje haar eieren, soms wel 15.

Voor haar eieren zoekt ze een warme vochtige plaats op, zorg ervoor dat deze beschikbaar is

in het terrarium, anders kan ze haar eieren niet kwijt, wat kan resulteren in legnood, met alle

gevolgen van dien.

Deze plaats kunt u de slang geven door een plastic bakje (met deksel), met een gat erin voor

de toegang, in het terrarium te plaatsen. Hierin kan vochtig zaagsel, turf, vermiculiet of

keukenpapier worden gelegd.

Als de eieren gelegd zijn moeten ze onmiddellijk in een broedstoof geplaatst worden, hierin

moet de temperatuur tussen de 25 en 29 graden zijn en de luchtvochtigheid ongeveer 100%.

Reptieleneieren hebben geen hagelsnoeren, zorg ervoor dat de eieren in dezelfde positie

blijven liggen zoals ze gelegd zijn, anders sterft het embryo af.

Na ongeveer 50 dagen komen de kleine slangen uit het ei, na ongeveer een week vervellen zij

en kunnen ze hun eerste voedsel krijgen.

Jonge, pasgeboren, slangen kunnen het beste hun eerste jaar individueel gehouden worden.

Op deze manier ondervindt het dier minder stress en zal het beter eten.

Ook kan het helpen om de slang in een klein verblijf te houden, op deze manier voelt het

diertje zich wat zekerder. Zorg ervoor dat schuilplaatsen en een waterbak niet ontbreken.

Uiteraard kunnen jonge slangen beter zo min mogelijk gehanteerd worden tot ze een lengte

van ongeveer 50 CM hebben bereikt.

Uitkomende eieren.

 

Kleurvormen

 

Er bestaan verschillende ondersoorten van de Koningsslang die allemaal verwant zijn aan de

Californische koningsslang.

  • Lampropeltis getula californiae, de Californische koningsslang, het onderwerp van dit

stukje

  • Lampropeltis getula floridana, de Florida koningsslang
  • Lampropeltis getula getula, de Kettingslang
  • Lampropeltis getula holbrooki, de Gespikkelde koningsslang
  • Lampropeltis getula nigra, de Woestijn koningsslang
  • Lampropeltis getula nigrita, de Zwarte koningsslang
  • Lampropeltis getula splendina, eveneens Woestijn koningsslang genoemd.

 

De hierboven genoemde soorten zijn “erkend” Het is voor de wat meer ervaren hobbyist

normaal gebruik om de Latijnse namen voor de slangen te gebruiken, dit om verwarring te

voorkomen, zoals u heeft kunnen zien heten zowel de Lampropeltis getula nigra en de

Lampropeltis getula splendina in het Nederlands “Woestijn koningsslang”.

De Californische koningsslang is een van de meest gehouden en gekweekte slangensoorten.

Een tiental jaren terug kwamen de eerste albino dieren uit sommige bloedlijnen tevoorschijn.

Tegenwoordig zijn er verschillende albino varianten te verkrijgen, en jaarlijks komen er een

aantal nieuwe bij.

Het gaat een beetje te ver om deze hier allemaal te beschrijven, maar er komen ontzettent

aantrekkelijke kleuren voor, variërend van geheel wit tot banaangeel of lavendelpaars.

Met strepen vlekken en dwarsbanden.

Uiteraard liggen de prijzen voor deze kleurvormen vaak wat hoger.

Een schrikbarende ontwikkeling van de laatste jaren is het fokken van hybriden. Sommige

wetenschappers kweken hybride slangen om familieverbanden aan te tonen binnen de

verschillende soorten slangen.

Een aantal hobbyisten is nu onder andere de Californische koningsslang aan het kruisen met

verschillende soorten Melkslangen (geslacht Lampropeltis triangulum) en Rattenslangen

(geslacht Elaphe)

De Californische koningsslang moet niet gekruist worden met andere soorten.

Bij sommige hobbyisten en dierenwinkels zijn zogenaamde “Jungle Corns”te verkrijgen. Dit

is het resultaat van een kruising tussen de Rode rattenslang (Elaphe guttata) en de

Californische koningsslang.

Deze dieren planten zich in de natuur niet met elkaar voort, alleen onder gecontroleerde

omstandigheden kan dit tot stand gebracht worden.

(Sterker nog, in het wild zou de Koningsslang de Rattenslang misschien opeten!)

Het spreekt voor zich dat het kruisen van verschillende soorten niet goed is, op deze manier

gaat er waardevol genetisch materiaal verloren. Het gevaar bestaat dan dat er in de toekomst

geen “pure” dieren meer te krijgen zijn en dat de “soort” dus uitgestorven is.

Zorg ervoor dat u zeker weet dat u 2 dieren van dezelfde soort en ondersoort hebt als u er mee

wilt kweken.

 

Ziektes

 

Uiteraard kan uw nieuwe huisdier ook ziek worden, net als ieder ander dier.

Alle mogelijke ziektes in deze brief schrijven is onmogelijk.

Als u twijfels heeft over de gezondheid van uw dier, neemt u dan contact met ons op,

misschien kunnen wij u helpen, zoniet dan verwijzen wij u door naar een dierenarts die

gespecialiseerd is in het behandelen van reptielen en amfibieën.

Aanwijzingen voor mogelijke ziekten kunnen zijn:

Lusteloos gedrag, slechte eetlust en weinig bewegen (bij een normaliter actief dier)

Moeilijk ademen, met de bek open ademhalen, dit kan wijzen op luchtweginfecties.

Afwijkende ontlasting, diarree, abnormaal ruikende ontlasting, of helemaal geen ontlasting.

Deze symptomen kunnen wijzen op een besmetting met darmparasieten of een bacteriële

ontsteking

Braken of regurgiteren (opgeven) van voedsel

Kleine rode of zwarte spinachtige beestjes die over uw dier lopen. Dit zijn mijten, deze

diertjes voeden zich met het bloed van uw huisdier en moeten zo snel mogelijk bestreden

worden.

 

(Let op! Ziektes kunnen zich ook op andere manieren uiten, als uw

huisdier ander gedrag vertoont dan wat hierboven beschreven is, laat

het ons even weten, wij kunnen u misschien verder helpen en u

eventueel doorverwijzen naar een dierenarts.)

 


Wij wensen u veel plezier met uw aankoop en voor vragen kunt u ons altijd bereiken op het nummer: 0105-900938


terug naar boven